© Donau, Dutch magazine on society, culture and history in South-East Europe,
December 2008, Groningen, Netherlands, www.donaustroom.eu
Films uit Oost-Europa in Oost-Europa: het Moveast filmfestival in Pécs
Door Lidewijde de Smet
Eva Neymann uit Oekraďne won afgelopen oktober de eerste prijs op het internationale filmfestival Moveast in Pécs, Zuid-Hongarije. Haar film U Reki (At the River) eindigde op de eerste plaats. Internationaal betekent op Moveast: Oost-Europa. Deelnemende films kwamen uit Tsjechië, Slowakije, Polen, Oekraďne, Roemenië, Bulgarije, Servië, Kroatië, Slovenië, Bosnië-Herzegovina, Montenegro, Macedonië, Oostenrijk en Hongarije.
Een Nederlander verwacht op een internationaal festival films uit de hele wereld. Het festival in Pécs lijkt dan een beperkte keuze te bieden. Dat is niet zo voor Hongaren. Het festival heeft een lange traditie als festival van de Hongaarse film. Pas sinds 2005 is het onder de naam ‘Moveast’ vooral een festival voor de Oost-Europese film. Terwijl met name sinds 2004, met de uitbreiding van Europa, het nationaal erfgoed in elk van de lidstaten in de culturele wereld steeds meer in de schijnwerpers wordt geplaatst, wil Pécs juist haar historische banden met Zuidoost- en Oost-Europa benadrukken. Dat is haar cultureel erfgoed.
Hongarije heeft een indrukwekkende geschiedenis als land van filmmakers. Een van de bekendste, István Szabó, won een prijs op het allereerste festival in Pécs, in 1965. Het was, zoals men bij Moveast zegt, de goede oude tijd. De Béla Balázs Stúdió, enkele jaren eerder opgericht, bleek een bron voor filmtalent en men kon bijna niet wachten met de vertoning van steeds weer nieuwe producties uit eigen land. In de universiteitstad Pécs bloeide het culturele leven bij de jonge generatie studenten, die nieuwsgierig waren naar en vooral enthousiast over wat er aan film, muziek en beeldende kunst bloeide. Het festival kreeg hierdoor een nationale uitstraling. In de loop van de jaren werden er ook buitenlandse films vertoond, maar het volgen van de ontwikkelingen binnen nationale film en de introductie van jong talent bleef de basis. Het festival werd zo’n groot succes dat de politiek in 1982 besloot dat het verplaatst moest worden naar Boedapest. De cinematografische glorie van het land moest gecentraliseerd worden en hoorde eenvoudigweg thuis in de hoofdstad. Zo kon men bovendien makkelijker een oogje in het zeil houden bij de vaak, in de ogen van de communistische censors, subversieve filmwereld. Het feest was voorbij. Meerdere avant-garde filmers zien we dan in de jaren ‘80 hun werk naar het buitenland brengen, onder anderen naar Nederland. Daar werden experimentele films van Gábor Bódy en videowerk van Péter Forgács vertoond in het circuit van multimedia- en elektronische kunst. In de jaren negentig toonde Forgács zijn werk weer in Hongarije, ook op het festival in Boedapest.
In Pécs werd na 1982 het filmfestival erg gemist. Men kon om Hongaarse films te zien natuurlijk naar Boedapest gaan, maar het ontbreken van een eigen manifestatie rond het medium betekende toch een aderlating voor het culturele leven. Met de komst van het nieuwe millennium kwamen kunstenaars, schrijvers, filmers, filosofen meer en meer in gesprek over het culturele karakter en belang van Pécs. Hun acties hebben er uiteindelijk toe geleid dat er nu meerdere culturele manifestaties in de stad plaats vinden: Pécsi Napok in september met muziek, dans, theater en beeldende kunst, Moveast in oktober en – in 2010 – is Pécs culturele hoofdstad van Europa, samen met Essen en Istanboel.
Alle drie de manifestaties beschouwen de stad Pécs als brug tussen West- en Oost-Europa. Al sinds het ontstaan van Sopianae, de Romeinse naam van Pécs, is deze handelsstad een kruispunt tussen Oost en West en herbergt zij vele culturen: Duitsers, Oostenrijkers, Polen, Roemenen, Slowaken en leden van de verschillende nationaliteiten uit voormalig Joegoslavië. Deze historisch gegroeide multiculturele samenleving is hčt thema bij de manifestaties.
Tamás Bocskai, een van de vier permanente stafleden van het festival, onderstreept dit thema van Moveast. Weliswaar was het festival in 2004 vooral een 40ste verjaardag van het oorspronkelijke filmfeest uit 1965, sinds 2005 wil men de historische en actuele banden van de stad met de deelnemende landen aanhalen. Vooral in de landen die in 2004 nog geen deel uitmaakten van Europa zijn – volgens Bocskai - de faciliteiten voor productie, distributie en vertoning slecht tot zeer beperkt. Moveast wil dit verbeteren door de films te tonen. Moveast wil in een ontspannen sfeer een ontmoetingsplaats bieden voor debutanten en professionals, makers, toeschouwers en distributeurs: screenings, discussies onder leiding van kenners, napraten in het café met publiek, exposities, concerten en workshops moeten dit mogelijk maken.
Op mijn vraag of de films zelf op de een of andere manier verwantschap tonen kan Bocskai geen antwoord geven. “Of het moet zijn dat de films vertrouwd ogen, als in een familie, misschien wat depressief maar dan toch altijd weer met humor”. Bocskai bedoelt hiermee dat in de meeste films die meedingen in de competitie heden en verleden naast of tegenover elkaar wordt geplaatst. Dit gebeurt bijvoorbeeld door personages uit meerdere generaties, het leven in het Westen tegenover het Oosten, of historische gebeurtenissen een grote rol te geven. In de tegenstelling wordt heftig, absurdistisch maar altijd met veel gevoel, fijnzinnig en met aandacht voor het leven van alledag gezocht naar de gemeenschappelijke culturele basis in elk land. Deze zoektocht naar de eigen cultuur is wat de deelnemende films bindt en het blijkt dat de resultaten ‘vertrouwd, als in een familie’ overkomen.
Het voert te ver om op deze plek naar de essentie van de gemeenschappelijke zuidoostelijke cultuur te zoeken. Het is voldoende te weten dat een bezoek aan Moveast een tipje van de sluier kan oplichten, waar producties uit de Balkan en Oost-Europa worden gerespecteerd en vooral zich thuis voelen.
Voor een korte beschrijving van de films, zie www.moveast.hu. Veel teksten aldaar zijn in het Engels vertaald.
U Reki is de eerste speelfilm van Neymann en was in Nederland te zien op het Internationale Film Festival Rotterdam. De productie is mede tot stand gekomen door een bijdrage van het Hubert Balsfonds. Dit fonds participeert overigens ook in enkele scenarioworkshops op het relatief jonge filmfestival in Sarajevo, waar behalve films uit de Balkan en Zuidoost-Europa ook veel bijdragen uit Turkije te zien zullen zijn: www.sff.ba